Dilemma

Dieren leven overal op de wereld. Er zijn niet veel plekken op onze aarde waar geen leven te vinden is. Er zijn veel plekken op aarde waar dezelfde diersoort leeft in een hele andere omstandigheid. Neem nou bijvoorbeeld de muis. Er zijn erg veel soorten muizen die allemaal onder andere omstandigheden leven. Elk dier heeft zich aangepast aan de omstandigheid waar het in leeft. Door evolutie zijn muizen daarom soms erg verschillend van elkaar.

Nu een vraag: wat gebeurt er als de omgeving van de muis (als voorbeeld), onverwacht en snel, onacceptabel verandert? Het dier heeft dan twee keuzes. Verhuizen of niet overleven. De evolutie gaat te langzaam om met bijvoorbeeld plotse temperatuurdaling om te gaan. Dieren hebben zich in de evolutie aangepast aan de mogelijkheden die de natuurlijke omgeving toeliet. aldaar het verschil tussen diersoorten per leefgebied. Bijna overal leven dieren. Maar als de omgeving verdwijnt waarop je bent aangepast, kom je voor de eerder genoemde keuze.

Zo werkt dit ook bij de situatie van de mens en van organisaties. Je kunt sturen op nieuwe situaties. Je kunt proberen de markt te veranderen. Dat kan ook zeker lukken (kijk naar de invloed van grote concerns die nieuwe producten op de markt brengen). Wel ligt een groot deel van marktverandering buiten je eigen invloed. Sturen op een verwachte nieuwe situatie kan waardevol zijn maar ook lastig. Het blijft namelijk altijd bij voorspellingen. Dat impliceert dat je het ook mis kunt hebben.  Sturen op het vergroten van de flexibiliteit, aanpassingsvermogen en vaardigheid om te anticiperen op zowel verwachtte als onverwachte veranderingen lijkt effectiever. Het mobiel maken van mensen (employability).

Wij mensen hebben een veel grotere mogelijkheid en vaardigheid om onze omgeving aan te passen dan de meeste dieren. Dit doen we dan ook veel vaker dan dat we onszelf aanpassen. Voorbeeld: Jan vind dat er te veel zon in zijn kamer schijnt. Hij hangt luxaflex op zodat hij de hoeveelheid zon zelf kan regelen. In organisatie- of bedrijfscontext gebeurt het ook veel. Willen je klanten de stofzuiger die je hebt gemaakt niet meer kopen? Dan zoek je een andere groep mensen/ doelgroep die er wel behoefte aan heeft. Dat is in mijn ogen soms goed. Het is echter een minder goede voorspeller voor de toekomst dan zorgen dat je organisatie klaar is om te bieden wat mensen nodig hebben. Supermarkten doen het wel. Een supermarkt merkt dat de behoefte aan verse producten toeneemt en ingeblikt afneemt. Ze anticiperen hierop door meer vers aan te bieden. NIET door mensen te zoeken die wel ingeblikt willen hebben.

Het gaat hier om de drang om je eigen identiteit vast te houden. Dit stukje gaat niet over het bewijzen van een bepaald statement of de correctheid van de genoemde voorbeelden. De voorbeelden kloppen vast niet helemaal, ze zijn echt bedoeld ter verduidelijking. Het gaat me hier meer het blootleggen van een keuze die je als mens, als organisatie en maatschappij hebt. Pas je jou aanbod (identiteit) aan op je doelgroep (omstandigheden) of pas je de doelgroep aan op je identiteit? Steeds meer organisaties kiezen voor het aanpassen van de identiteit. Wat is nou de beste keuze?