Dat is een vraag die studenten en cursisten tegenwoordig erg vaak krijgen. Bijvoorbeeld bij competentiegericht leren (voor het gemak afgekort als CGL). Hier wordt veelal ingezet op zefsturend leren. Wat CGL precies is en hoe het exact uitgevoerd moet worden is echter nergens duidelijk vastgelegd. Iedereen zet het op een eigen (gepaste) manier in.
Dit zorgt echter wel voor een aantal basisproblemen waar studenten en cursisten vaak tegenaan lopen. Het ontbreken van kaders is daar een goed voorbeeld van. “Wat zijn je leerdoelen?” is een hele lastige vraag om te beantwoorden. Je kunt namelijk niet bedenken wat je wilt leren als je niet weet wat de mogelijkheden zijn. Probeer de volgende vraag maar eens te beantwoorden: “Wat weet jij niet over veranderkunde?” Je kunt vast een aantal globale vragen bedenken. Maar bedenken wat je niet weet kan alleen als je van anderen hebt gehoord wat het kader is. “ik weet niet wat het is” kun je wel zeggen. Maar neem aan dat je van dit onderwerp niets weet. Dan kom je niet zonder hulp van anderen aan het antwoord op de vraag “wat zegt Kotter over veranderkunde?”.
Het is best een misvatting dat we altijd maar weten wat we lekker vinden, waar we behoefte aan hebben en wat we kunnen leren. Ik weet wel wat ik graag wil leren, maar ik weet niet of dit ook is wat bijvoorbeeld een opleiding als doel beoogt. Vb: Ik zou over veranderkunde wel willen leren hoe ik het kan toepassen bij koken. Snap je het probleem met deze vrij irriele vraag? Dit werkt in zekere zin ook zo voor smaak. Er wordt in de voedselindustrie veel meer voor ons bepaald waar we behoefte aan hebben dan dat we door hebben. Gladwell legt dit uit met een voorbeeld over spagetti saus. Je kunt namelijk niet makkelijk bedenken wat niet bestaat. Daarover schreef ik eerder al in het stukje “waarom je zelf niets kunt bedenken”.
Verder lijkt er een misvatting te zijn over dat mensen altijd zelf kunnen bepalen wat ze willen en waar ze goed in zijn. Je voorkeursleerstijl (voor zover deze bestaat) is vaak ook niet de voor jou meest effectieve. Dit komt doordat de het meest comfortabele gedrag (of leergedrag) ook het gedrag js dat je het meest natuurlijk vertoont. Dit betekent weer dat je ze in veel gevallen veel minder duidelijk ziet bij jezelf. Het is automatisch. Je weet het dus niet goed.
Nog twee voorbeeldjes om even over te denken:
1. Hoe leuk is bowlen als je de kegels niet kunt zien en ook niet hoort of je ze raakt?
2. Hoe stap je uit je comfortzone als je: A. niet weet dat er een comfortzone bestaat, B. niet weet dat je in je comfortzone (blijft) zit(ten)? C. simpelweg niet weet wat het oplevert om er niet in te zitten?

