Vraag een leek

Alles over alles

Reflecteren is hot. Het wordt niet alleen op hogescholen (mijn referentie) maar ook op middelbare scholen, bedrijven en zelfs aan de telefoon van je gevraagd. Terugkijken op het voorafgaande proces en ‘hoe het was’.

Dit reflecteren wordt vaak beschreven als iets waar je goed in moet zijn. Iets wat je kan helpen om verder te komen in je ontwikkeling. Ik geloof ook dat dit zo is. Het kan je verder helpen wanneer iets niet zo lekker liep. Maar daar komt hij weer, de welbekdende Maar toch….ben ik niet overtuigd van de kracht reflecteren in sommige situaties. En zelfs de mogelijkheid om te kunnen reflecteren. Dit getuigt soms van uiterste kwaliteit in plaats van gebrek als je het mij vraagt. Hierover zo meer.

Docenten, begeleiders, coaches, mentoren en bijvoorbeeld leidinggevenden stellen je de vraag “als je nou eens terug kijkt naar…..bla bla?” of ze vragen je waarom je bepaalde keuzes maakte. Soms lukt het me dan niet om antwoord te geven op die vragen. Ik kan mezelf dan echt dwingen om terug te denken aan de betreffende situatie maar kan het me zelfs maar moeilijk herinneren. Wellicht is dit herkenbaar voor jezelf. Denk maar eens terug aan een situatie waarin je een onvergetelijke prestatie leverde, of een situatie die heel erg spannend was. Heb je die net zo scherp in je herinnering als de keer dat je in de trein ergens heen zat? kijk, het werkt als volgt. Wanneer je extreem gefocused bent op iets, besteed je nagenoeg geen aandacht aan je omgeving. Je bent alleen bezig met het geen waar je op gefocused bent. In je herinnering is dan je omgeving ook veel moeilijker om terug te halen. Die keer in de trein weet je prima wat details op te noemen in de omgeving. Die keer dat je ging parachutespringen is het allemaal wat vager.

Sporters die een overtreffende prestatie geleverd hebben worden nog wel eens gevraagd ‘hoe ze dat nou voor elkaar kregen’. Het antwoord daarop is heel erg vaak “geen idee, ik weet het niet” of vergelijkbare uitspraken. Sterke focus is sterke focus. Bij het bereiken van uitzonderlijke prestaties ben je vaak zeer gefocused. Reflecteren is dan dus ook erg lastig. Soms kun je het wel, maar dan berust het vaak op vage herinneringen en dingen die je verteld zijn.

Daarnaast is het ook nog eens zo dat je in dergelijke situaties snel (onbewust) geneigd bent om zelf redenen te verzinnen en die zo goed te onderbouwen dat je zelf ook gelooft dat ze waar zijn. Dit is iets dat voor zover ik weet altijd onbewust gebeurt. Dat wil zeggen dat je zelf terug kijkt, de redenen logisch zijn en je dit in je reflectie meeneemt. De reflectie is daarmee gebaseerd op interpretatie achteraf. Meer lezen hierover kan in Blink: the power of thinking without thinking van Malcolm Gladwell. Het slimme onbewuste van Ap Dijksterhuis beschrijft hier ook een stuk over. In zijn boek staat ook een passage uit werk van Tom Wolfe. deze laat dit proces ook leuk zien (zie onderaan de post).

Dit maakt dat ik zeg: Let goed op wanneer je wilt reflecteren/reflecteert. En vooral ook hoeveel druk je er op legt bij mensen. Soms kan het dus gewoon niet/erg moeilijk. Je moet het reflecteren dan ook door anderen laten doen. De focus die ik beschrijf is in andere woorden ook simpelweg een vorm van trance. Je bent in een andere staat van bewustzijn die je helpt om te presteren. Het wordt tijd dat het onderwijs en het bedrijfsleven hier aandacht aan gaat besteden en reflecteren de juiste plaats geeft.

Let’s say you pick up a rock and you throw it. And in midflight you give that rock consciousness and a rational mind. That little rock will think it has free wil and will give you a highly rational account of why it has decided to take the route it is taking    -Tom Wolfe (2004).

 


Leren is een proces

Leren is een werkwoord. Zoals ik het leerde op school, je kunt er “om te” voor zetten. Om te leren, werkwoord dus. Het is een proces en geen doel. Toch hoor ik echt heel vaak dat mensen zeggen dat ze iemand naar een training sturen om iets te leren. Vanuit twee kanten zeg ik zelf dat dit niet verstandig is.

Het eerste is vanuit strategisch oogpunt. Iemand sturen om “iets te leren” of bijvoorbeeld “om te leren beter te communiceren” gaat je niets helpen. Als organisatie wil je toch eigenlijk niet dat iemand iets leert? Je wilt een probleem opgelost hebben. Door het huidige niveau van communicatie wordt er niet goed genoeg samengewerkt. Dit zorgt voor een tekort aan feedback. De kwaliteit van de productie is daardoor te laag en de productietijd is te lang. Als het team beter zou samenwerken door elkaar meer feedback te geven zou iedereen weten wat er van hem/haar verwacht wordt. Ook krijgen ze alternatieven aangedragen en werken ze zo naar meer efficiëntie toe.

Dit is even een kort, en wellicht niet perfect uitgewerkt, voorbeeld dat hopelijk illustreert dat je iemand niet naar een training stuurt om te leren. Je stuurt iemand om een organisatieprobleem op te lossen. Je wilt groeien, efficiënter zijn om geld te besparen of simpelweg een leuker contact tussen collega’s (medewerker tevredenheid, werkplezier etc.).

Het tweede is dat dit onduidelijkheid kan creëren met betrekking tot de verwachtingen van je medewerkers. Het kan veel bijdragen om duidelijk te zijn over de reden van de training. Ook het gewenste resultaat in concrete termen helpt. Bijvoorbeeld tijdens de training helpt het bij het voorkomen van weerstand. En na de training kan het bijdragen aan het ontwikkelen van motivatie om het geleerde toe te passen. Duidelijkheid en transparantie blijken erg belangrijke voorwaarden voor inzet van je medewerkers.

Je kunt een proces niet vragen. Alleen een doel. “Ik wil dat je groeit”, “ik wil dat je meebeweegt”. “Ik wil dat je flexibel bent”… nee, je wilt dat je probleem opgelost is. Het proces daarin is ondergeschikt. En daar heb je bovendien relatief weinig over te zeggen (zie post: Ik ga je iets leren) . Je kunt hooguit adviseren of aanbevelen. Sturen kan niet en beoordelen op wat geleerd is al helemaal niet. Alleen beoordelen op het resultaat en dus de mate waarin het je probleem oplost. Wat er daadwerkelijk geleerd is, is maar weinig interessant als het niet bijdraagt aan het oplossen van je probleem toch? Let op: je probleem kan ook ‘het ontwikkelen van medewerkers’ zijn. Ik bedoel niet te zeggen dat het niets oplevert als het geen resultaat in geld of efficiëntie oplevert. En dan ook nog even beoordelen op basis van vooraf gemaakte afspraken. En vanuit de veronderstelling dat deze interventie kon bijdragen aan het oplossen. En dan ook nog eens wetende in welke mate het zou kunnen oplossen…

Pak het dus niet anders in. Beschrijf het ECHTE doel van de training, dan creëer je veel betere omstandigheden om te leren (en faciliteren).


 

De laatste tijd verbaas ik mezelf steeds meer over de grote claims die mensen op het gebied van leren doen. Bijvoorbeeld “ik ga ze in de training leren om X en Y te doen” of “ik motiveer mijn deelnemers”.

Dit kan iets linguïstisch zijn dat te maken heeft met welke betekenis je geeft aan je woorden. Maar persoonlijk geloof ik er de laatste tijd steeds minder in dat je anderen iets kunt leren. En ook dat je mensen motiveert vind ik nog al een statement.

Iemand iets leren, iemand motiveren:

Te beginnen met de eerste. Mensen iets leren is best pittig. Neem bijvoorbeeld het overdragen van kennis. Weggeman zegt: “kennis: een functie van informatie, ervaring, vaardigheid en attitude. En daarmee bij definitie niet overdraagbaar. Data is overdraagbaar. Vb: Ik kan je een papiertje geven met een aantal getallen erop. De betekenis die iemand daar aan toekent noemen we ‘informatie’. Vb: hé, dit is een telefoonnummer. Deze data kun je betekenis geven door je kennis. Vb: Een mobiel telefoonnummer bestaat uit 8 getallen, start met 06 en in deze context is het aannemelijk dat het om een telefoonnummer gaat.

Op basis van dit (hopelijk duidelijke) voorbeeld kun je dus eigenlijk alleen data overdragen. Iemand nieuwe kennis bijbrengen kan eigenlijk alleen door te faciliteren. Iemand iets nieuws leren volgens mij dus ook. Je kunt iemand niet iets nieuws leren. Je kunt ze er alleen bij helpen. Je kunt ook immers niet iemands cognitie controleren. Althans niet in de mate dat je een brein kunt aansturen om iets te leren. Je kunt alleen de omstandigheden creëren waarin iemand betekenis wil geven/geeft aan data.

Daarnaast kun je in de zelfde lijn ook niemand motiveren. Motiveren doe je altijd zelf. Je motiveert jezelf op basis van de context om je heen. De situatie waar je in zit. Je kunt iemand wel helpen om zichzelf te motiveren. Je kunt inschatten dat een bepaalde situatie iemand de mogelijkheid zal geven om zich te inspireren (persoon en context afhankelijk). Maar echt iemand motiveren? nee dat lijkt me echt niet. Ik pleit daarom voor “ik help je om jezelf te motiveren” in plaats van “ik motiveer je”. Dat geeft de indruk dat de ander er niets voor hoeft te doen en dat klopt volgens mij niet. Hier speelt ook weer bij dat iemand gemotiveerd kan raken door je zonder dat je het weet, zonder dat je het wilt, of zelfs als je juist probeert iemand te demotiveren.

 

 

In oktober vorig jaar publiceerde New Yorker magazine een artikel van Malcolm Gladwell getiteld “Small change: why the revolution will not be tweeted”.

Dit artikel zorgde voor aardig wat opschudding. Met name in Amerika. Nog ruim voor de opstanden in Egypte en meer Arabische landen begonnen, schreef hij over het onderwerp. Waarschijnlijk onwetend dat het heel actueel zou worden. Onderaan de post staat een interview waarin Gladwell bij CNN uitlegt hoe hij het ziet. Dit is een verkorte versie van zijn artikel. Kijk hem even en lees dan verder.

Strong-tie vs. weak-tie connecties

Het schijnt dat de zogenaamde ‘strong-tie‘ connecties veel belangrijker zijn dan de ‘weak-tie‘. Kort gezegd sterke vriendschappen/connecties tegenover bekenden of zelfs onbekenden. Social media support met name de ‘weak-tie’ connecties. Op twitter volg ik veel mensen die ik niet ken (weak-tie). En slechts een aantal die ik goed ken (strong-tie). Er zit veel kracht in die weak-tie connecties. Zoals uit onderzoek blijkt, vinden de meeste mensen via weak-tie connecties hun werk. Maar die connecties, zijn niet de connecties die je nodig hebt voor een revolutie of opstand. Acties op twitter zijn vaak een succes omdat je niet veel van mensen vraagt. Je vraagt ze niet om hun leven op het spel te zetten. En als je het vraagt, zullen die paar sterke connecties ja zeggen en op hun plaats weer hun sterke connecties overtuigen. Dit proces heeft in de geschiedenis al talloze keren plaatsgevonden. Social media of niet. Het niet beschikbaar zijn van effectieve manieren om te communiceren, beperkt niet in het samenkomen van mensen.

Ik werd erg blij van het lezen van zijn artikel en het vervolgartikel gericht op Egypte. Het interview is kort door de bocht en natuurlijk niet volledig. Wel laat het allemaal goed zien dat we wellicht soms overschatten wat social media voor ons kan betekenen. De connectie gaat sneller, nieuws gaat sneller, vragen leveren antwoorden op en revoluties kunnen er vast hun begin vinden.

Gladwell refereert ook aan Evgeny Morozov (schrijver van The Net Delusion) en het voorbeeld van Moldavië (lente 2009). Twitter zou daar een grote rol hebben gespeeld. Dat terwijl er in Moldavie zeer weinig mensen zijn met een twitteraccount. En bijvoorbeeld in het geval van Iran werd slechts een heel klein deel van de tweets gestuurd door mensen uit Iran zelf. Libië?! Hebben er veel mensen in Libië een twitteraccount? En in Egypte? zouden de mensen die daar de straat op zijn gegaan dit met name via twitter en facebook gehoord hebben?

Persoonlijk verwacht ik eigenlijk van niet. Dat weet je uiteraard pas als het verder uitgepluisd is, maar het lijkt me onwaarschijnlijk. Morozov en Gladwell hebben wat mij betreft beide goede argumenten. Niet zeggende dat social media niets waard is. Maar om te zeggen dat de media hun beperkingen hebben en opstand plaatsvindt op basis van ervaring, voorbereiding, goede connecties, jaren vol plannen en kleine pogingen. En niet het retweeten van berichten.

Het maakt toegankelijker en makkelijker! maar als er geen basis is, gebeurt er maar weinig. Daarom gaan er ook veel twitter en facebook initiatieven de mist in en slaagt slechts een klein deel. Dit kleine deel had de goede basis.

En wat misschien kan helpen,

Onthouden maakt het mogelijk om wat je geleerd hebt toe te passen in je eigen werk of prive. Geheugen zorgt voor de koppeling tussen situaties. Een aantal wetenschappers op het gebied van geheugen beweren dat je in principe niets kunt vergeten. Je onthoud alles, alleen de mate en frequentie waarin het zich in je bewustzijn bevindt neemt door tijd af.

Volgens mij is er nog een aspect, behalve tijd, dat een rol speelt bij dit proces van bewust onthouden naar onbewust onthouden. Dit is motivatie, gedrevenheid, nieuwsgierigheid of een combinatie hiervan. Het juiste woord kan ik nog niet vinden.  Tijd is essentieel. Natuurlijk heb je tijd nodig om informatie te plaatsen en verwerken. Dit blijkt uit veel studies. Overigens zijn er enorm veel studies die allerlei soorten breinen en onderdelen en typen geheugen onderscheiden. Iedereen noemt ze anders en bedicht er andere functies en mogelijkheden aan toe. Omdat ik persoonlijk geen inschatting kan maken van wat juist is, en betwijfel of anderen dit wel kunnen, heb ik het daar verder maar niet over. Tijd is essentieel. Ruimte in je hoofd en tijd om dingen te verwerken. Je korte termijngeheugen heeft een max. waarboven niet meer opgenomen wordt. Misschien ook wel het maximum dat je bewust aan prikkels en informatie kunt verwerken. Dit betekent dus ook dosering van informatie. Niet alles tegelijk.

Dit zijn vooral dingen waar de verstrekker van informatie met name invloed op heeft. De ontvanger niet. Het aspect waar ik het eerder over had is volgens mij dus een combi van motivatie, gedrevenheid en nieuwsgierigheid. Mensen die erg gemotiveerd zijn hebben een extra omstandigheid die ze weer kan beperken bij het onthouden en dus ook toepassen van nieuw geleerde dingen en bijvoorbeeld inzichten. Namelijk: het mogelijk willen toepassen van alles wat ze horen en zien. En daarbij de complicatie dat ze vaak ook ten opzichte van anderen meer horen en zien omdat ze dit zelf opzoeken. Dit kan komen door nieuwsgierigheid of dingen die daar op lijken. Gemotiveerd zijn voor verschillende onderwerpen kan in mijn beleving een beperking vormen voor de transfer van geleerde dingen of inzichten van elk onderwerp opzicht. Het stimuleert verlies uit het bewustzijn omdat de capaciteit ervan beperkt is. Dus ben je met veel verschillende dingen bezig? Veel verschillende ‘werelden’ met verschillende mensen waarin je werkt? Zorg er dan voor dat je dit kunt vastleggen, dat je een mechaniek bedenkt die ervoor zorgt dat je de inzichten en motivatie niet kwijtraakt.

Laten we overigens voorop stellen dat het zeer positieve eigenschappen zijn. Er is echter een moment waarop de keerzijde zich laat zien. Motivatie of interesse in één bepaald punt is vaak goed te behappen en zal je energie geven. Hoe meer het er worden hoe lastiger het wordt om alles wat je hoort, ziet en voelt op te nemen en te behouden. Dan denk je steeds “oo.. daar ga ik iets mee doen” en voor je er iets mee gedaan hebt, ben je al weer gemotiveerd geraakt voor het volgende. Het vastleggen op welke manier ook hiervan kan helpen om er op terug te komen. Als het belangrijk was komt het later wel weer boven water. Fijn is het dan wel als je de inzichten die je had er weer bij kunt pakken.

Aldaar ook de reden voor het hebben van dit blog en vele notitieblokken, aantekeningen en onderscheid in boekenplanken.

Wat is het perfecte leerklimaat?

Ik steek op dit moment veel tijd in een onderzoek dat ik aan het doen ben. Het begon als een onderzoek voor een organisatie maar een deel ervan triggerde mijn interesse en daarom diep ik dit in mijn eigen tijd verder uit. Kortgezegd gaat het over het effect van trainingen en de mate waarin geleerd gedrag ook tijdens het dagelijkse werk toegepast wordt.

Tijdens mijn studie, dit onderzoek en mijn werk kom ik steeds een onderwerp tegen wat mij sterk bezig houdt. Namelijk het leerklimaat. grote getalen boeken, artikelen en gesprekken verder komt steeds aan het licht dat je de ideale situatie moet creeren om te leren. De perfecte omstandigheden. Collega’s moeten je steunen, leidinggevende moet achter de ideeen staan en je ook steunen, je werkplek moet alle middelen hebben, wat je leert in een training moet zo veel mogelijk lijken op de praktijk enzovoort!

Opvallend daaraan vind ik dat dit allemaal positieve eigenschappen van een “klimaat” zijn. Het is allemaal ondersteunend en iedereen helpt elkaar, is er voor elkaar en is gericht op de ontwikkeling van de ander. Dit zijn mooie dingen, fijne dingen en dingen waar ik best in geloof. MAAR! ja er zit een ja, maar! aan vast. We vergeten hierbij een groep mensen, en misschien wel alle mensen in bepaalde situaties. Er zijn namelijk mensen die uitzonderlijke prestaties bereiken en tot in de puntjes van hun tenen gemotiveerd zijn, zonder al die eerder genoemde eigenschappen van een perfect leerklimaat. Veiligheid en vertrouwdheid zijn ook twee dingen die er eigenlijk nog bij horen.

Sommige mensen leren (in bepaalde situaties) beter onder sterke druk en zelfs afkeuring. Demotivatie en gebrek aan steun kunnen JUIST zeer sterke drijfveren zijn om te leren en presteren. Er zijn mensen voor wiens neus je een grote muur neerzet en die dit zien als het einde van de weg. Ze stoppen, draaien om of wat dan ook. Er zijn ook mensen (of dezelfde mensen in een andere situatie) Die de muur als een uitdaging zien. En de mensen die ze toeschreeuwen dat ze niet in staat zijn om er overheen te klimmen, als een uitdaging zien om het nog harder te proberen tot het ze lukt.

Ik bedoel hiermee niet aan te moedigen dat we ons onderwijs hierop aanpassen, maar wel dat een “goed” leerklimaat niet altijd een klimaat met steun en aandacht hoeft te zijn. Mensen met sterke interne referentie zullen hier sowieso minder waarde aan hechten. Natuurlijk werkt een PRETTIG leerklimaat goed. Ook voor de mensen die gemotiveerd raken door demotivatie. Mijn punt is hier dat een minder prettige situatie, demotivatie en al die dingen meer ook zeer effectieve leerscholen kunnen zijn. Wel veel te riskant om georganiseerd te doen. Het kan immers ook negatief uitwerken. Ik hoop dat ik later nog een post kan doen met wat van de eigenschappen of kenmerken van de mensen met deze drive. Ook leuk om hierbij te kijken is het filmpje bij RSA Animate (leuk initiatief) van Dan Pink: Drive: the surprising truth about what motivates us. Hij geeft wellicht leuke (nieuwe) inzichten over wat ons nu werkelijk motiveert.

Een goed leerklimaat kan ook een heel onprettig klimaat zijn. Het ligt aan de persoonlijke strategieen van iemand of dit demotiveert of juist motiveert. En leren hoeft daarbij ook helemaal niet langzaam te gaan. Leren kan ook heel snel. “don’t touch the stove” bijvoorbeeld. Eén keer aanraken en je hebt al geleerd dat je dat NOOIT meer doet. Ging heel snel toch?

Het onderwijs en het leren gaat veranderen. Ik heb onlangs een inspirerende brainstormsessie bijgewoond over de toekomst van het onderwijs. Hier kwamen veel interessante ideeen te tafel. Twee daarvan heb ik hier kort uitgewerkt omdat ik deze zelf erg waardevol vond.

Het eerste is een verschuiving van vakkennis aanleren naar het aanleren van veel bazalere vaardigheden. Namelijk het leren aanpassen op je omgeving en het leren creeren van meer keuzemogelijkheden in je handelen.

Praktisch voorbeeld: Je leert mensen niet meer hoe een bepaald computerprogramma werkt, maar hoe je jezelf kunt leren hoe dat en andere programmas werkt. De innovatie op dit gebied gaat zo snel dat wanneer je afstudeert in dit vak, je met verouderde kennis de deur uit gaat. Dit soort opleidingen gaan daardoor dramatisch achterlopen. vakkennis blijft belangrijk, maar alleen wanneer het in de praktijk relevant wordt. Dus wanneer blijkt dat je een bepaald programma moet beheersen dan bekwaam je jezelf hierin. Dit sluit overigens niet uit dat dit bekwamen niet door regulier onderwijs of trainingen kan plaatsvinden. Hierdoor ontstaat dus uiteindelijk de kamelion docent en student. Zij kunnen zich aanpassen op de situatie die voorgelegd wordt.

Ten tweede, de leeromgeving aanpassen aan dit concept en zorgen dat er gebruik wordt gemaakt van de innovatie die studenten zelf genereren. Je kunt als opleiding wel initiatieven opzetten om studenten leuke leermogelijkheden te geven, maar je kunt deze veel meer benutten als instituut zelf. Buitenlandstages, onderzoeken, afstudeeropdrachten en al dit soort dingen horen imput te zijn voor de opleiding en andere studenten. Je moet als leeromgeving faciliteren in het delen van inzichten en ervaringen.  Studenten leren nu dingen en nemen deze bij het afstuderen mee naar het bedrijf waar ze gaan werken. Een groot deel van de expertise stuur je dus de deur uit. Om te kunnen innoveren heb je elkaars ideeen nodig. En de veronderstelling dat je als beleidsmakers het beleid moet bedenken is ook niet helemaal correct meer in dit geval. Beleidsmakers maken het beleid. Dit betekent niet dat je het ook hoeft te creeren. Degene die moeten leven met het beleid (de studenten) kunnen voor een groot deel erg goed aangeven wat het beleid zou moeten zijn. Meer inspiratie van andere kanten is erg gezond.

Even ter informatie: deze ideeen zijn bedacht door niemand. Ze ontstaan door ervaring, dingen die je hoort en ziet en al het andere dat je meemaakt. Ik ben niet van mening dat ik dit zelf bedacht heb. Ik heb alleen de koppeling gelegd tussen dingen die mij verteld zijn en mijn eigen ervaring. Dus ook bij dezen dank aan deze andere mensen voor de bewuste en onbewuste inspiratie.

Je hebt wel heel erg je best gedaan als je de afgelopen tijd niet hebt meegekregen wat er in de Arabische wereld aan het plaatsvinden is. In Egypte heeft iets moois plaatsgevonden. Een revolutie die het land nieuwe mogelijkheden geeft. Tunesië en Egypte lijken het begin van een grote serie revoluties te zijn. Vernieuwing in de bestuursvorm dus. Als je er goed naar kijkt valt nog iets nieuws op aan deze revolutie. Dit is iets dat typerend lijkt te worden voor waar de maatschappij heen gaat (en volgens sommigen ook “moet gaan”).

Desi Bouterse was deze week ook in het nieuws. Hij geeft de staatsgreep die hij zelf in 1980 pleegde een officiële feestdag (25 feb). het doet in eerste instantie een beetje aan als een manier om waardering voor zichzelf en eigen daden te creëren. Hij is samen met velen met hem, een beetje ouderwets aan het worden. Een revolutie met slechts een of een paar gezichten lijkt uit te raken. Strijken met de eer van een prestatie van een groep lijkt in veel situaties voorbij. Gaan we toe naar een communicatief zelfsturende maatschappij? Egypte is een van de landen die lijkt achter te lopen op ons. Nu pas meer democratie. Maar misschien lopen ze eigenlijk wel voor. Ze initieerden namelijk een revolutie zonder leider. Communicatief zelfsturend noemt Cornelis dit in zijn boek ‘Logica van het gevoel’. Ontzettend veel mensen met de zelfde belangen kwamen samen. Ze vonden elkaar door allerlei verschillende media en besloten samen, zonder leider, tot opstand te komen. En het was een succes!

Dit is een fenomeen dat steeds vaker verschijnt in de wereld. Kijk naar W.L. Gore and Associates (bekend van het Gore-Tex materiaal). Ik las er een tijd geleden een artikel over. Ze kennen geen formele hiërarchie, alleen ‘associates’. Hier krijgen mensen de kans om zelf nieuwe initiatieven op te zetten. Zijn er genoeg mensen die meedoen dan wordt het gefinancierd.  Kijk naar open souce communities op internet. Initiatieven komen tot uiting als er genoeg draagvlak voor is. Wanneer iets niet goed werkt, wordt er ,zonder een opdracht van een leider, samen gewerkt aan een oplossing. Veel meer klassieke organisatiestructuren blijken het steeds vaker af te leggen tegen deze nieuwe concepten. Ze lopen namelijk vast op het willen organiseren van communicatieve zelfsturing. Nieuwe groepen mensen met een gezamenlijk idee laten ontstaan kan zeer gunstig zijn voor organisaties omdat het nieuwe ideeën oplevert. Toch gaat het mis op het woord ‘laten’. Er lijkt veel behoefte aan het sturen van dit soort initiatieven. Dit sturen zorgt er in veel gevallen volgens mij voor dat het JUIST niet gebeurt. Het ontstaan van dit soort plaatsen kun je faciliteren en niet organiseren. Je kunt mensen stimuleren om het op te zetten maar hoe meer sturend het wordt hoe meer je jezelf tegenwerkt.

Is een goede leider niet sowieso iemand die zich dienend opstelt? Die zijn mensen in de spotlight zet en zichzelf ziet als ondersteuning van de prestaties van een groep? Een aantal keer hoorde ik mensen zeggen dat je misschien het klassieke organogram wel op de kop moet houden. Een omgekeerde piramide (om in de sfeer van Egypte te blijven). Bovenaan staan dan de uitvoerende medewerkers. Die zijn belangrijk en daar draait het om (zonder hen geen bedrijf). Onderaan staan de leiders. Hierop steunt de gehele organisatie. Een leuk beeldend voorbeeld vond ik!

Verdwijnt de leider of verdwijnt hij zoals veel organisaties hem kennen?

Wat als je het om zou kunnen draaien? Niet het model van kolb inzetten om te zorgen dat je iedereen aanspreekt. Niet altijd trainingen zo inrichten zodat alle cursisten aangesproken worden op de manier die zij het meest prettig vinden. Niet meer Gardner’s bevindingen toepassen, niet meer praatje, plaatje, daadje. Even alles over een andere boeg.

Zelf verantwoordelijkheid nemen voor je eigen leerproces zegt men tegenwoordig vaak. Je moet zelf bepalen wat je wilt leren en vaak ook hoe je dat gaat realiseren. Is het niet een goed idee als we dit nu eens op een andere manier voorbereiden?

Leren is complex en eenvoudig te gelijk. Er zijn manieren waarop mensen zeer efficiënt leren en er zijn manieren waarop dat niet zo is. Neem nou bijvoorbeeld een angst voor spinnen (fobie). Misschien een gek voorbeeld maar uit onderzoek blijkt dat de meeste fobieën ontstaan uit één enkele ervaring. Een ervaring die je binnen enkele seconden permanent geleerd heeft om je fobisch te gedragen. Je weet (onbewust) exact wat je moet doen in een situatie waarin je een spin tegenkomt. Zou het nou niet mooi zijn als dit ook lukt voor dingen die wél nuttig zijn?Er zijn volgens mij twee dingen die ons te doen staan om ervoor te zorgen dat we een flinke inhaalslag gaan maken om efficiënter te leren. Dat is ten eerste: dat iedereen zich persoonlijk bezig zou moeten gaan houden met hoe hij/zij het makkelijkste leert en hoe het moeilijker gaat. Gezien vanuit alle theorieën over voorkeuren bij leren. Dus bijvoorbeeld:

  • Ben je meer een doener, denker, dromer of beslisser?
  • Neem je informatie beter auditief, visueel of kinesthetisch tot je?
  • Heb je een meer reproductie of betekenisgerichte leerstijl?
  • Verbaal/linguïstisch of logisch/mathematisch?

Als we dit allemaal weten dan kunnen we ook vaststellen welke van de genoemde dingen ons minder goed liggen. Veel van deze dingen zijn namelijk te ontwikkelen. Als je nu jezelf zo ontwikkelt dat je zo veel mogelijk van deze leerstijlen e.d. kunt handelen, dan kan een docent, trainer, begeleider, baas, collega, ouder of wie dan ook, op zijn/haar eigen manier dingen uitleggen en zul je er zo optimaal mogelijk mee om kunnen gaan. Je omgeving zal namelijk vaak veranderen en niet iedereen verdiept zich in aanpassen op de persoon met wie ik werk. Leer het daarom zelf! Dan heb je het voordeel in eigen hand.

Het tweede wat ons te doen staat is het opzetten van lessen en cursussen ‘leren leren’. Die gaan helpen om het bovenstaande uit te zoeken en te ontwikkelen. Van de T.V. krijg je een instructie hoe hij werkt. Net als van je telefoon, je school, je baan en soms zelfs van mensen om je heen. Alles behalve van je eigen brein. Daarom moet je er voor zorgen dat je dit eerst leert. Zodat je weet hoe je leert en hoe je je eigen hersenen stimuleert. Dan kun je voor jezelf de meest prettige leeromgeving creëren en daarnaast ook nog eens zorgen dat je ook met andere leeromgevingen zo goed mogelijk om kan gaan. Het is natuurlijk ook niet helemaal eerlijk om de kwaliteit van het onderwijs en trainingen etc. in de hand van de begeleider, trainer of docent te leggen. Jij als leerling, cursist of deelnemer hebt zelf het meeste baat bij de inhoud dus dan kun je er beter voor zorgen dat je het zo efficiënt mogelijk kunt opnemen in plaats van afwachten of de docent je wel aanspreekt.

Natuurlijk moet het van twee kanten komen. De eerste alinea is geschreven om een punt te maken. Uiteraard is het goed als een docent zijn uiterste best doet om lessen goed didactisch in te richten. Dit is gewoon noodzakelijk. Punt is dat het van twee kanten kan komen. Dat maakt het leren en het onderwijzen makkelijker.

Voorbeeld uit eigen ervaring met een trainer: De trainer vroeg “willen jullie pauze”. Ik (één van de 15 deelnemers)antwoordde na een korte stilte met “nee, geen behoefte aan”. De trainer reageerde als volgt “nee? oke dan gaan we door”. Ik gaf in deze situatie dus antwoord voor de hele groep. En de trainer nam dit ook echt aan als antwoord voor de hele groep.

Een klassieke situatie die best lastig is als trainer. Ten eerste om hem bewust te zien/ervaren en ten tweede om er dan voor te waken en een andere werkwijze te kiezen. Een werkwijze die hierin voor mij persoonlijk met mijn groepen vaak goed werkt is:

Als je vraagt wat een groep wil, luister dan ook echt goed naar het antwoord en doe er iets mee. Dat betekent niet dat je moet doen wat ze zeggen, maar wel dat je er op reageert. En wil je eigenlijk helemaal niet luisteren en iets doen met de input van de deelnemers…. Vraag dan ook niets!

En wat dacht je van suggesties over de training en de planning. Suggesties zijn natuurlijk altijd welkom. Het is prettig en een luxe dat mensen meedenken over wat handig en fijn is. Wel is het je eigen planning en je eigen proces. Er van uitgaande dat je een professionele trainer bent kun je het plannen en organiseren ervan dus als jouw vak zien. Je eigen expertise zou je dus voldoende in staat moeten stellen om als trainer een acceptabele planning te maken. Wijk daarom ook niet te vaak af naar aanpassingen die het privé leven van de cursist ten goede komen en weinig toegevoegde waarde hebben voor de training. Dit zijn suggesties die uitgaan van externe factoren. Die zijn lang niet altijd relevant. Eerder stoppen en later beginnen et cetera zeggen dan eigenlijk een beetje “de dingen die ik zelf ingepland had in de training zijn minder belangrijk dan het halen van een trein na de training”.

Daarbij wel gezegd hebbende dat het veel mensen rust geeft om hier duidelijk over te zijn. “Misschien zijn we wel een uur eerder klaar” kan dan echt een do doener zijn. Die zorgt voor verwachtingen die je achteraf niet kunt waarmaken. Waar dan wel weer iemand stiekem op gerekend had. Die zit dan het laatste uur heel onrustig op de stoel. Ik zie dit zelf vaak bij verschillende groepen mensen. En zeg je dan “om vijf uur stoppen we in elk geval” en wordt het dan toch nog eerder dan is er niets aan de hand. En zijn je mensen vaak blij.

Weer twee kleine dingen die zo boven kwamen drijven. Hoeveel effect ze precies hebben? Geen idee. Is er onderzoek naar gedaan? Geen idee. Werkt het altijd? Nee, vast niet. Maar wel voor mezelf en misschien ook voor andere trainers/deelnemers… gewoon aardig om in het achterhoofd te houden.